2.jpg
`t Jeudje
Hoorn
`t Jeudje
Aantal:
120 won. mais. app. + parkeergarage

Verkoop:

Oplevering:
18 augustus 2004

PDF Afdrukken

Project

Projectinformatie

’t Jeudje is een ambitieus bouwproject, waarvoor in 1995 kon worden ingeschreven. Een toplocatie in de binnenstand, maar op vervuilde grond, die gesaneerd diende te worden. De gemeente Hoorn wilde hier zo’n 100 à 120 woningen realiseren. Daarbij moest er parkeergelegenheid worden gecreëerd voor zowel de bewoners als bezoekers van de binnenstad, in totaal circa 320 plaatsen

Meteen bij de inschrijving van het project hebben ZeemanVastgoed en Intermaris Woondiensten, toen nog Woningstichting Hoorn geheten, hun krachten gebundeld in de Stichting ‘t Jeudje. Dat was volgens Piet Schakel van Intermaris Woondiensten heel nuttig. “We kwamen op dat idee, omdat er een aantal huurwoningen gepland was. Onze kracht zit in de verhuur en ZeemanVastgoed heeft veel ervaring als projectontwikkelaar. Samen staan we sterk was ons uitgangspunt.”

Nadat ZeemanVastgoed en Intermaris zich verenigd hadden in de Stichting ’t Jeudje, kon de ontwikkeling beginnen. De ontwikkeling was allerminst gemakkelijk te noemen. “We hadden de inschrijving gewonnen, maar toen begon pas het echte werk”, aldus Jo Roelof Zeeman, voormalig directeur van ZeemanVastgoed. “Het was een hele opgave om alles voor elkaar te boksen. We zijn in 1995 begonnen en vooral de voorbereiding is lang en moeizaam geweest. De architecten zijn Peter van Woerkom en Jan van Gils van Inbo Architecten BNA en Rien van Geluk van Zeeman Architekten BNA geworden”.

Begrenzing van water en ruimte
Het bouwen onder en op het water en de logistiek brachten het meeste denkwerk met zich mee. De begrenzing van het water en de ruimte zorgden volgens Zeeman voor de grootste problemen. “Die grenzen hebben een enorme impact op het bouwen. Zo moesten we eerst een waterkering maken voordat we de vervuilde grond konden afgraven, daarbij rekening houdend met de woonarken die bleven liggen. Je moest voortdurend de waterstand in het oog houden. Een ander groot probleem vormde de dichte bebouwing rondom het terrein. De aannemer kon door ruimtegebrek de bouwmaterialen nauwelijks aanvoeren. De vrachtwagens stonden net buiten de stad, langs de snelweg, te wachten tot de uitvoerder belde dat ze konden komen”. Ondanks die moeilijkheden is Zeeman meer dan tevreden. “We zijn twee verschillende organisaties met verschillende doelstellingen en toch hebben we het samen gered. Terwijl zich een miljoen problemen voordeden, hebben we niet één verschil van mening gehad. Dat is voor mij een zeldzaamheid. Het is een kwalitatief hoogwaardig plan geworden. Het is een enorme uitdaging geweest om alles voor elkaar te krijgen”.

Kunst in de parkeergarage
Leentje Linders geeft aan dat de reliëfs van Jan Linders het mooist tot hun recht komen in een stenige omgeving, bijvoorbeeld langs kademuren of ingemetseld in een bestrating met daar overheen perspex. De vraag was alleen: waar is plaats voor alle werken zonder dat ze moeten worden opgedeeld? Gezamenlijk werken ze als één groot kunstwerk, de betere werken halen de mindere dan omhoog. Dat had te maken met een gebrek aan continuïteit in Jan zijn werk, want naast zijn kunstenaarsschap had hij ook nog vele tijdrovende sociale functies. Volgens Leentje Linders is: “de keuze voor ’t Jeudje is perfect door de betonnen omgeving, de geparkeerde auto’s en de lage ruimte. Het is niet elitair, dat past niet bij Jan zijn werk en ook niet bij Jan. Hij was een sociaal bewogen mens met een groot talent voor het gesproken woord, waar hij anderen altijd mee motiveerde.”

Ontwerpen
De ontwerpen voor ’t Jeudje moesten voldoen aan een hoge beeldkwaliteit met een voorkeur voor eigentijdse architectuur. De bebouwing diende qua maat en schaal aan te sluiten op de bestaande panden in de directe omgeving.

Peter van Woerkom van Inbo Architecten BNA stelt dat juist de aansluiting op de bestaande architectuur heel belangrijk is in een dergelijk plan. Wij zijn eerst begonnen met een onderzoek naar de schaal en ritmiek in de stad en de morfologische eenheid ervan. Daarna volgden vele sfeerschetsen waarbij je heel intuïtief bezig bent met thema’s als klassiek, modern, sfeer en perspectief. Je laat je volledig leiden door de situatie. Deze fase zie ik als dromen op papier. “ Voor de “hoogteaccenten” werden verschillende ontwerpen gemaakt door Inbo Architecten en Rien van Geluk. De keuze viel op het ontwerp van laatstgenoemde architect.

Van Geluk heeft de scheepvaart in de vorm van Het Lijnschip, een wit gebouw met masten en tuidraden, letterlijk teruggebracht in de binnenstad. “Ik heb beeldelementen van een cruiseschip in het gebouw verwerkt. Zo heb je een menieachtige kleurstrook en de blauwe waterspatten aan de onderkant van het gebouw. De schoorsteen van een schip heb ik voor de parkeergarage functioneel gebruikt. Er zijn ronde patrijspoorten, scheepsbruggen en een houten borstwering. Ook de stoepenzone refereert aan de blauwe kleur van het water.” De toren van de Ravelijnhof verwijst naar de torens aan de oude vestingwal. “De torenspits heb ik transparant gehouden, waardoor hij visueel lager lijkt. De opbouw bestaat uit drie gouden cirkels met gekleurde bollen die de aarde (blauw), de maan (zilver) en de zon (goud) symboliseren. De verticale gouden verbindingsstaven moet je zien als de stralen van de zon.”

Foto's